25
Hoewel het niet heel veel verschil is met de afgelopen week, de komende drie dagen geen blogjes van mijn kant. Ik zit dan namelijk in Duitsland, als excursie van school. Natuurlijk heel leerzaam allemaal, ahem.
Auf Wiedersehen!
25
Hoewel het niet heel veel verschil is met de afgelopen week, de komende drie dagen geen blogjes van mijn kant. Ik zit dan namelijk in Duitsland, als excursie van school. Natuurlijk heel leerzaam allemaal, ahem.
Auf Wiedersehen!
19
Ik wil graag iets aan jullie voorstellen. Ik kan het eerst allemaal gaan uitleggen, maar ik kan ook eerst de naam zeggen, dan denk ik dat het kwartje al half gaat vallen. De naam van hetgeen dat ik graag wilt introduceren is… Jeffrey Was There!
Jeffrey Was There is een nieuwe log van mij. En nog beter gezegd, een linklog. Ik zal eerst uitleggen hoe het is ontstaan, wat in principe een keiharde copy-paste is van de ‘Over Jeffrey Was There pagina’. Jeffrey Was There is ontstaan doordat ik het gevoel had dat er een gat zat tussen mijn blog en mijn Twitter. Ik kwam vaak mooie sites, grappige filmpjes en mooie plaatjes tegen. Vaak twitterde ik die, maar dat linkje vergaat al snel in de altijd doorvloeiende stroom van tweets. Op mijn blog plaatste ik ze niet, want dat vond ik iets te veel van het goede.
En zo is het idee van Jeffrey Was There ontstaan. De naam was ook snel ontstaan, want mijn blog heet Jeffrey Was Here. Dat gaat over het algemeen over mijzelf. Jeffrey Was There gaat over plaatsjes op het internet waar ik was en wat ik graag wil delen, vandaar dus Jeffrey Was There.
Vanaf morgen gaat het hele circus van start. Overigens, de links verschijnen alsnog op mijn Twitteraccount, omdat er een synchronisatie is tussen die twee. En zo krijgen al mijn followers nog steeds die linkjes.
En alhoewel ik nog steeds blijf bloggen, ik zie jullie op Jeffrey Was There
UPDATE 21 mei: En toen gebeurde iets wat ik niet aan zag komen, ik wer ziek. Na gister een hele dag te hebben geslapen gaat het wel weer wat beter, maar ik ben nog niet helemaal kiplekker. Zodra ik weer helemaal fit ben ga ik echt van start met Jeffrey Was There!
Ik had niet graag in hun schoenen gestaan, of beter gezegd, in hun stoelen gezet vandaag. Het was namelijk het begin van de examenperiode, wat betekent dat er de komende drie weken weer hard gezweet gaat worden op alle middelbare scholen. Was het een aantal weken geleden nog feesten geblazen met de examenstunt, nu is het voor sommigen meet stuntelen met het examen. Gelukkig doe ik het examen nog niet, maar ik heb er natuurlijk wel last van.
Zo hoor je nu met een gemiddelde van 23 keer peer minuut hoor je op de gangen luid geschreeuw. Niet van leerlingen, nee, die zijn wel sociaal voor de medescholieren. Het zijn de docenten die het veroorzaken. Ze schreeuwen namelijk boven iedereen uit dat er examens zijn, en dat we stil moeten zijn. En dat doen ze met de inmiddels beroemde (bij ons op school in ieder geval) kreet “Ssssst! Examensss!”.
Nou kan ik er niet over oordelen, maar het lijkt mij dat dat irritanter is dan dat zachte geroesemoes van leerlingen. En dan wordt het nog erger, want we worden zodra het maar kan uit de school gestuurd. Tussenuur, direct naar het plein. Pauze? Direct naar het plein. Zelfs naar je locker mag je niet meer, want er zijn examens. Ik weet niet wat anderen met hun lockers doen, maar ik open hem zacht, pak mijn jas, doe mijn locker weer zachtjes dicht, en ga weg. Geen probleem toch lijkt me?
En als je dan eindelijk naar je locker mag, dan loopt er voortdurend iemand achter je aan om je er weer op te wijzen dat er examens zijn. Zo schiet het natuurlijk niet op. En het vervelende is, ik kan over drie jaar pas zelf zeggen wat nou irritanter is. Nu ik er zo over denk, het is nog maar drie jaar! Ik denk dat ik nu alvast ga leren, hoef ik dat dan niet te doen!
16
De vakantie is helaas weer afgelopen, maar op een punt ben ik daar ook blij om. Ik krijg altijd na een weekje vakantie last van iets vershrikkelijk vervelends. Ik denk dat bij iedereen die een beetje ver weg is, waarvan je dus alleen maar de countouren kan zien, dat het een van mijn docenten is.
Zo ben ik mijn Nederlands docente al een keer tegen gekomen (die van dat vierde uur ja), mijn Engels docente en mijn Natuurkunde docent. Allemaal brak het angstzweet me uit, maar bleek een moment later dat het iemand was die er in de verste verte niet eens op leek. Mijn Natuurkunde docent was een oude vent, terwijl mijn Engels docent heel jong was. In het echt is dat precies andersom. En de Nederlands docent, dat bleek een man te zijn.
Waarom ik het heb weet ik niet. Misschien omdat ik juist als de dood ben dat het wel gebeurt. Het lijkt me, voorzichtig uitgedrukt, niet echt leuk om een docent tegen te komen. Het is niet het ergste wat je kan overkomen, zeker niet als je ze alleen maar ziet. Maar stel je voor dat ze ook een praatje gaan maken!
Ach, zoals ik al zei is het de vakantie ten einde en kan ik mijn docenten vanaf morgen weer dagelijks zien. Ik kan niet wachten, en zij ook niet denk ik.
14
Een beetje nieuwskijkend/twitterend/sociaal Nederlander heeft het vandaag natuurlijk al lang gehoord: de Telegraaf heeft een interview met het negenjarig jongetje Ruben, de enige overlevende van de vliegramp nin Tripoli. Ik zelf vind het walgelijk, en heel veel mensen met mij. En wat doe je in dat geval? Of je gaat de hoofdredacteur en de schrijfster van dan stuk met de dood bedreigen (ja, is gebeurt), of je gaat de telegraaf boycotten.
Om iedere Nederlander hierbij te helpen, besloot ik een 10 stappenplan te schrijven. Ik had het ook ‘telegraaf boycotten for dummies’ kunnen noemen, maar dan had ik een heel dik boek moeten schrijven, en daar had ik simpelweg geen tijd voor en zin in.
Bij voorkeur dit stappenplan op een werkdag van 9 tot 5 uitvoeren, maar met uitzondering van stap 6 is het ook buiten de kantooruren en in het weekend prima te doen.
Ik wens iedereen natuurlijk veel succes!
Vandaag was het hemelvaartsdag. Ook al weet niemand precies wat we vieren, we vieren het. We vieren het zelfs zo erg dat iedereen een dagje vrij krijgt vandaag. En wat doe je op zo’n dag, behalve met het hele gezin naar de woonboulevard? De poldertocht fietsen natuurlijk!
Het klinkt misschien stom, maar na bijna twee weken was ik het thuis zitten ook wel zat. Ook kwamen mijn opa en oma mee, dus dan kan je het bijna niet maken om niet mee te gaan. Nou vind ik fietsen niet erg, en het was vandaag gewoon droog, dus erg vond ik het ook niet.
Met goede moed startten we dus. Flesjes drinken mee, bandenplakset mee en opa mee (die raakt nog wel eens kwijt). Het eerste aan de beurt was een boerderij. Nou waren het bijna allemaal boerderijen waar je kon stoppen, maar toen wisten we dat nog niet. Afijn, blokje kaas, bekertje boerenmelk, je kent het misschien wel.
Na een kwartiertje was het tijd om naar het volgende stoppunt te gaan. En ja hoor, weer een boerderij, weer een blokje kaas, maar dit keer ontbrak de melk. En de volgende boerderij, weer een blokje kaas en wat melk. Ik vind kaas wel lekker, maar inmiddels kwam het tot aan mijn oren. En die melk, die was zo vettig, je kreeg er zelfs buikpijn van.
Was het dan helemaal niet leuk? Neehoor, er waren zat leuke dingen. Hoogtepunt was het bezoeken van een molen. Er was een man die er gepassioneerd over zijn beroep kon vertellen, en we mochten ook nog in het huisding (dat gebouwtje bovenop) om daar een kijkje te nemen. Erg leuk dus allemaal, en weer eens wat anders dan blokjes kaas en bekertjes melk.
Ik kan dus alsnog zeggen dat het een leuke dag was, met een lach, een traan (niet echt, maar anders kwam de clue te vroeg) en een blokje kaas. En het is gelukkig weer eens wat anders dan de woonboulevard.
12
Het was ‘s ochtends. Ik lag in mijn bed, TV te kijken. Tijd, een uurtje of negen. In een flits was alles uit. Het licht, de router, de TV, de wasmachine. Natuurlijk valt dit in het niet bij wat vandaag gebeurd is in Libië, maar dat kan ik toen nog niet weten. Afijn, binnen enkele minuten was er een crisisteam opgesteld, met mij aan het hoofd. Mijn moeder en zusje zaten ook in het team.
Natuurlijk moet je in dit soort gevallen voorzichtig zijn, dus alle kleine kinderen werden onder de tafels geplaatst. Helaas viel mijn zusje dus af in het crisisteam. We, mijn moeder en ik, besloten dus wat we toen gingen doen: de stoppen controleren. Ik gaf mijn moeder de opdracht daartoe, omdat ik de controle moest houden (ik laat hier even weg dat in de meterkast veel spinnen zitten en dat ik geen bal verstand van stoppen heb). Maar nee, geen stoppen doorgeslagen, en de aardlekschakelaar stond ook nog steevast op aan.
Wat was het probleem dan? Op onze weg naar de buren, om informatie in te winnen over de omvang van deze ramp. Maar toen zag ik een auto van het ‘lichtnet-onderhoudsteam” staan. Aha, er was dus een ander crisisteam aanwezig. Uit het korte gesprek, waarbij ik op een veilige afstand bleef – het is en blijft immers stroom – kwam dat er kortsluiting was geweest ergens in het stroomkastje. Wanneer we weer stroom zouden hebben was onduidelijk, maar het zou nog wel een paar uur duren.
En wat doe je dan? Ik heb nog niet de leeftijd bereikt dat ik op dat moment over negen maanden een huilende baby hoor, en mijn vader was ook niet thuis, dus mijn moeder kon dat ook niet voor elkaar krijgen. De kaarsen konden ook niet op tafel, want er was genoeg daglicht. TV kijken kon niet, radio kijken kon niet, internetten kon niet (want de router deed het niet). Zelfs even twitteren dat er een stroomstoring was kon niet. Ik was enkel aangewezen op 83% acculading van mijn iPod touch, en 2 streepjes batterij van mijn DS.
Uiteindelijk hebben we ongeveer 5 uur geleefd zoals in de prehistorie, zoals mijn zusje het zei, die weer onder de tafel vandaan mocht komen omdat het gevaar geweken was. En wat hebben we gedaan? Een spelletje monopoly, waarin ik net niet gewonnen had. Ook heb ik die 2 streepjes batterij en driekwart van de 83% opgemaakt. Helemaal prehistorie was het dus niet, maar dat doet er niet toe. Het gaat om het idee.
1 jaar, 3 maanden en 16 dagen deed ik erover, 481 dagen is dat. En vandaag is het zover. Ik heb 5000 berichtjes op Twitter geplaatst. 5000 tweets, zoals het in het twitterjargon heet. En dan is, vind ik zelf, niet niks. Om een indruk te krijgen kan je op het hiernaast staande plaatje klikken, dan inzoomen. Daar vind je 5000 logo’s van Twitter. Ruim 10 keer per dag gemiddeld laat ik weten wat ik aan het doen ben, zo zullen niet-twitteraars nu denken. Ik dacht er ook zo over, maar ik die 5000 tweets ben ik er wel achter gekomen dat het veel meer dan dat is.
Op 16 januari vorig jaar maakte ik een account aan. Alleen om te kijken of het wat was. En ik vond het wel wat, de vraag “What are you doing” beantwoorden en met de hele wereld delen. Mijn eerste tweet was dan ook “bezig met mijn blog”. Na een tijdje ging ik steeds meer tweeten over wat mij bezig hield, dan over wat ik aan het doen was. En dat is dus ook exact de reden waarom twitter zo populair is. Daarom waarschijnlijk heeft Twitter onlangs de vraag bovenaan de pagina verandert in “What’s happening”.
Heden ten dage heb ik 167168 followers, mensen die mijn tweets lezen. Op mijn beurt volg ik 169 mensen. En is dat niet te veel, is dat niet onoverzichtelijk? Nee, zeker niet. Het punt van Twitter wat je ook moet begrijpen is dat je niet alles hoeft te lezen. Als je een dag weg bent geweest hoef je dus niet alle gemiste tweets opnieuw lezen. Al kan ik wel uit ervaring zeggen dat een heel effectief slaapmiddel is.
Ik gebruik deze blogpost ook om mijn tweets eens openbaar te analyseren. Dat doe ik met behulp van TweetStats (kijk daar voor de grafieken bij deze tekst). Zo zie ik dat ik in de zomer van vorig jaar een dipje had, met als dieptepunt augustus waarin ik maar 18 berichtjes plaatste. Het hoogtepunt was vorige maand met maar liefst 738 tweets, maar deze maand is ook alweer goed op weg dat record weer te breken. Dat het steeds minder wordt is logisch, als je bedenkt dat ik sinds januari dit jaar een iPod touch heb, om zelfs op de WC zelf te laten weten dat ik op de WC zit, en in mijn bed kan tweeten dan ik wakker ben en ga slapen.
Dan nog een opvallend feit, waar Andre Rouvoet blij mee zal zijn (al heeft hij zelf gezegd dat je op zondag best mag twitteren). Op zondag heb ik de minste tweets getweet. Op donderdag plaats ik het meeste berichtjes. ‘s Nachts tussen 2 en 6 heb ik nog nooit een tweet geplaatst, en om 9 uur ‘s avonds het meeste. En iets anders opvallends: ik heb mijzelf het meest aantal keren geretweet (een tweet opnieuw tweeten, omdat je die met jou followers weer wilt delen). Al denk ik dat dat niet echt klopt, want andere tweeps heb ik veel vaker geretweet.
Dikwijls heb ik mijlpalen in mijn tweetcount gewoon voorbij laten gaan, omdat ik het niet door had bijvoorbeeld. Maar voor de 5000e natuurlijk niet. Wat mijn 5000e tweet is? Tja, dat was nog even een puntje. Maar uiteindelijk ben ik er toch uitgekomen: dat is een link naar dit blogje geworden. Omdat ik dit een goede gelegenheid vond om eens een keertje een tweet van meer dan 140 tekens te plaatsen. Bij deze, en wat mij betreft op naar de 10.000. Gelukkig heb ik nog 481 dagen om na te denken wat ik dan weer ga doen.
Nee he, niet weer een post over de vakantie toch? Daar hebben we er nu al zoveel van gezien. Kan je niet iets beters verzinnen Jeffrey? Of had je weer te weinig inspiratie? Ja, ik hoor het jullie al denken. Maar dit berichtje gaat een andere insteek krijgen, geloof me. Nou ja, een beetje dan. Want vakantie, heel fijn natuurlijk. En helemaal geweldig natuurlijk, lekker veel tijd om na te denken hoeveel weken nog voor de enige echte zomervakantie. Maar ook lekker lang om te bedenken dat ik nog maar een weekje vakantie heb. En natuurlijk ook om lekker laat te gaan slapen en laat op te staan.
Het aantal uren slaap blijft gewoon hetzelfde, als het al niet meer wordt. Maar toch kan je nu wel zeggen dan ik nu meer moe (moeier is zo’n raar woord) ben dan toen ik nog geen vakantie had. En dat hoort natuurlijk niet in een vakantie. Dat helpt totaal niet om lekker uitgeslapen de laatste paar weken in te gaan. En de vakantiedagen zijn zo ook minder leuk. Nu is het waarschijnlijk nog niet zo erg, maar ik vrees nu al voor die dagen dat ik weer om zeven uur op moet staan.
Het erge is dan ook nog wel denk ik dat ik weet wat ik eraan kan doen. Gewoon een keer eerder gaan slapen doet wonderen. Maar dat doe je toch niet, zo in de vakantie? Die is er niet om vroeg naar bed te gaan! Die is er om een uurtje of 1 te gaan slapen, en een uurtje of 10 weer uit je bed te kruipen. Dat is dus 9 uurtjes slaap, en in een schoolweek haal ik dat niet eens. Waarom, o waarom, klaas vaak, ben ik dan zo moe?
Het kan natuurlijk ook komen omdat die dagen nu in een razend tempo langer worden. Mijn hoofd kan daar al niet zo goed tegen, en als mijn slaappatroon ook nog verandert, tja. Dan vind ik het niet zo gek. En daarom verlang ik terug naar die tijd dat ik weer om 7 uur uit mijn bed kruip. Natuurlijk wel met het idee dat ik over zes weken daarna alweer zomervakantie heb om dan weer lekker uit te rusten.
06
Deze keer een duidelijke titel, omdat het ook heel duidelijk was dat er examenstunt was vorige week donderdag. Ik kwam op school, en je kon er niet omheen. Figuurlijk niet, en letterlijk ook niet. Alle stoelen en tafels stonden namelijk op het plein en de gangen. Om bij je kluisjes te komen moest je dus al enig moeite doen. Ach, fijn, examenstunt, dacht ik, en dat meende ik. Want examenstunt betekent meestal veel lol, weinig les en vroeg naar huis.
Eenmaal aangekomen bij het lokaal werd al snel duidelijk wat we moesten doen. We moesten naar het plein komen. Er werd een soort quiz gehouden. Deze was niet helemaal geweldig, maar dat maakte niet meer uit toen ik mijn Frans docent met een chagrijnig gezicht aan het kijken was hoe zijn les werd vergalt.
Na de quiz, die een uur duurde, zouden de lessen weer gewoon doorgaan. Zouden, want alle docenten gaven er de brei aan. Ze vonden het wel genoeg geweest, ze gingen gewoon lekker meefeesten met de examenkandidaten. Sommige andere leerlingen gingen naar huis, andere bleven nog. Ik wou ook naar huis gaan, want het was daarna immers vakantie, maar net voordat ik mijn jas aan wou doen, kwam mijn Nederlands docent aanlopen.
“Goh, ehm, wat is je naam?” “Jeffrey” “Ja, Jeffrey ja, waar denken wij naar toe te gaan?” “Nou, naar huis mevrouw” “Waarom?” “Omdat de lessen niet meer doorgaan” “Pardon? Mijn les gaat gewoon nog door” “Maar dat is toch het vierde uur?” “Ja, en?” “Nou, dan moeten we nog twee uren wachten, want die lessen gaan niet door” “Dan wacht je maar!” “Maar de halve klas is al weg” “Maar jij bent de halve klas niet” “Maar alle andere lessen gaan ook niet door, en de halve klas is de moeite niet, en… en…” “Dat maakt niks uit! Ik zie je gewoon het vierde uur, anders kan je mooi een keer een middagje tot half 6 nakomen”
Het was dus een leuk gesprek. Ik houd niet van nablijven, dus besloot ik maar om toch te komen. Inmiddels waren er nog maar 10 uit mijn klas overgebleven. En wat hebben we in die les gedaan? Niks, helemaal niks! Ja, een paar opdrachtjes gemaakt. Maar dat hadden we ook thuis kunnen doen. Oke, en ik heb direct al dit blogje bedacht, maar dat telt niet. Gelukkig was het daarna vakantie.
NB: De foto bij deze blog is niet van mijn school, maar van een willekeurige school