25
Hoewel het niet heel veel verschil is met de afgelopen week, de komende drie dagen geen blogjes van mijn kant. Ik zit dan namelijk in Duitsland, als excursie van school. Natuurlijk heel leerzaam allemaal, ahem.
Auf Wiedersehen!
25
Hoewel het niet heel veel verschil is met de afgelopen week, de komende drie dagen geen blogjes van mijn kant. Ik zit dan namelijk in Duitsland, als excursie van school. Natuurlijk heel leerzaam allemaal, ahem.
Auf Wiedersehen!
Ik had niet graag in hun schoenen gestaan, of beter gezegd, in hun stoelen gezet vandaag. Het was namelijk het begin van de examenperiode, wat betekent dat er de komende drie weken weer hard gezweet gaat worden op alle middelbare scholen. Was het een aantal weken geleden nog feesten geblazen met de examenstunt, nu is het voor sommigen meet stuntelen met het examen. Gelukkig doe ik het examen nog niet, maar ik heb er natuurlijk wel last van.
Zo hoor je nu met een gemiddelde van 23 keer peer minuut hoor je op de gangen luid geschreeuw. Niet van leerlingen, nee, die zijn wel sociaal voor de medescholieren. Het zijn de docenten die het veroorzaken. Ze schreeuwen namelijk boven iedereen uit dat er examens zijn, en dat we stil moeten zijn. En dat doen ze met de inmiddels beroemde (bij ons op school in ieder geval) kreet “Ssssst! Examensss!”.
Nou kan ik er niet over oordelen, maar het lijkt mij dat dat irritanter is dan dat zachte geroesemoes van leerlingen. En dan wordt het nog erger, want we worden zodra het maar kan uit de school gestuurd. Tussenuur, direct naar het plein. Pauze? Direct naar het plein. Zelfs naar je locker mag je niet meer, want er zijn examens. Ik weet niet wat anderen met hun lockers doen, maar ik open hem zacht, pak mijn jas, doe mijn locker weer zachtjes dicht, en ga weg. Geen probleem toch lijkt me?
En als je dan eindelijk naar je locker mag, dan loopt er voortdurend iemand achter je aan om je er weer op te wijzen dat er examens zijn. Zo schiet het natuurlijk niet op. En het vervelende is, ik kan over drie jaar pas zelf zeggen wat nou irritanter is. Nu ik er zo over denk, het is nog maar drie jaar! Ik denk dat ik nu alvast ga leren, hoef ik dat dan niet te doen!
16
De vakantie is helaas weer afgelopen, maar op een punt ben ik daar ook blij om. Ik krijg altijd na een weekje vakantie last van iets vershrikkelijk vervelends. Ik denk dat bij iedereen die een beetje ver weg is, waarvan je dus alleen maar de countouren kan zien, dat het een van mijn docenten is.
Zo ben ik mijn Nederlands docente al een keer tegen gekomen (die van dat vierde uur ja), mijn Engels docente en mijn Natuurkunde docent. Allemaal brak het angstzweet me uit, maar bleek een moment later dat het iemand was die er in de verste verte niet eens op leek. Mijn Natuurkunde docent was een oude vent, terwijl mijn Engels docent heel jong was. In het echt is dat precies andersom. En de Nederlands docent, dat bleek een man te zijn.
Waarom ik het heb weet ik niet. Misschien omdat ik juist als de dood ben dat het wel gebeurt. Het lijkt me, voorzichtig uitgedrukt, niet echt leuk om een docent tegen te komen. Het is niet het ergste wat je kan overkomen, zeker niet als je ze alleen maar ziet. Maar stel je voor dat ze ook een praatje gaan maken!
Ach, zoals ik al zei is het de vakantie ten einde en kan ik mijn docenten vanaf morgen weer dagelijks zien. Ik kan niet wachten, en zij ook niet denk ik.
Nee he, niet weer een post over de vakantie toch? Daar hebben we er nu al zoveel van gezien. Kan je niet iets beters verzinnen Jeffrey? Of had je weer te weinig inspiratie? Ja, ik hoor het jullie al denken. Maar dit berichtje gaat een andere insteek krijgen, geloof me. Nou ja, een beetje dan. Want vakantie, heel fijn natuurlijk. En helemaal geweldig natuurlijk, lekker veel tijd om na te denken hoeveel weken nog voor de enige echte zomervakantie. Maar ook lekker lang om te bedenken dat ik nog maar een weekje vakantie heb. En natuurlijk ook om lekker laat te gaan slapen en laat op te staan.
Het aantal uren slaap blijft gewoon hetzelfde, als het al niet meer wordt. Maar toch kan je nu wel zeggen dan ik nu meer moe (moeier is zo’n raar woord) ben dan toen ik nog geen vakantie had. En dat hoort natuurlijk niet in een vakantie. Dat helpt totaal niet om lekker uitgeslapen de laatste paar weken in te gaan. En de vakantiedagen zijn zo ook minder leuk. Nu is het waarschijnlijk nog niet zo erg, maar ik vrees nu al voor die dagen dat ik weer om zeven uur op moet staan.
Het erge is dan ook nog wel denk ik dat ik weet wat ik eraan kan doen. Gewoon een keer eerder gaan slapen doet wonderen. Maar dat doe je toch niet, zo in de vakantie? Die is er niet om vroeg naar bed te gaan! Die is er om een uurtje of 1 te gaan slapen, en een uurtje of 10 weer uit je bed te kruipen. Dat is dus 9 uurtjes slaap, en in een schoolweek haal ik dat niet eens. Waarom, o waarom, klaas vaak, ben ik dan zo moe?
Het kan natuurlijk ook komen omdat die dagen nu in een razend tempo langer worden. Mijn hoofd kan daar al niet zo goed tegen, en als mijn slaappatroon ook nog verandert, tja. Dan vind ik het niet zo gek. En daarom verlang ik terug naar die tijd dat ik weer om 7 uur uit mijn bed kruip. Natuurlijk wel met het idee dat ik over zes weken daarna alweer zomervakantie heb om dan weer lekker uit te rusten.
06
Deze keer een duidelijke titel, omdat het ook heel duidelijk was dat er examenstunt was vorige week donderdag. Ik kwam op school, en je kon er niet omheen. Figuurlijk niet, en letterlijk ook niet. Alle stoelen en tafels stonden namelijk op het plein en de gangen. Om bij je kluisjes te komen moest je dus al enig moeite doen. Ach, fijn, examenstunt, dacht ik, en dat meende ik. Want examenstunt betekent meestal veel lol, weinig les en vroeg naar huis.
Eenmaal aangekomen bij het lokaal werd al snel duidelijk wat we moesten doen. We moesten naar het plein komen. Er werd een soort quiz gehouden. Deze was niet helemaal geweldig, maar dat maakte niet meer uit toen ik mijn Frans docent met een chagrijnig gezicht aan het kijken was hoe zijn les werd vergalt.
Na de quiz, die een uur duurde, zouden de lessen weer gewoon doorgaan. Zouden, want alle docenten gaven er de brei aan. Ze vonden het wel genoeg geweest, ze gingen gewoon lekker meefeesten met de examenkandidaten. Sommige andere leerlingen gingen naar huis, andere bleven nog. Ik wou ook naar huis gaan, want het was daarna immers vakantie, maar net voordat ik mijn jas aan wou doen, kwam mijn Nederlands docent aanlopen.
“Goh, ehm, wat is je naam?” “Jeffrey” “Ja, Jeffrey ja, waar denken wij naar toe te gaan?” “Nou, naar huis mevrouw” “Waarom?” “Omdat de lessen niet meer doorgaan” “Pardon? Mijn les gaat gewoon nog door” “Maar dat is toch het vierde uur?” “Ja, en?” “Nou, dan moeten we nog twee uren wachten, want die lessen gaan niet door” “Dan wacht je maar!” “Maar de halve klas is al weg” “Maar jij bent de halve klas niet” “Maar alle andere lessen gaan ook niet door, en de halve klas is de moeite niet, en… en…” “Dat maakt niks uit! Ik zie je gewoon het vierde uur, anders kan je mooi een keer een middagje tot half 6 nakomen”
Het was dus een leuk gesprek. Ik houd niet van nablijven, dus besloot ik maar om toch te komen. Inmiddels waren er nog maar 10 uit mijn klas overgebleven. En wat hebben we in die les gedaan? Niks, helemaal niks! Ja, een paar opdrachtjes gemaakt. Maar dat hadden we ook thuis kunnen doen. Oke, en ik heb direct al dit blogje bedacht, maar dat telt niet. Gelukkig was het daarna vakantie.
NB: De foto bij deze blog is niet van mijn school, maar van een willekeurige school
14
Om maar te beginnen: ik ben inderdaad heel lang weg geweest van mijn blog. Alles ging door in mijn leven, maar bloggen, dat deed ik maar even niet. Waarom weet ik niet precies. Ik had het druk, dat is waar. Met school, met de rest, met alles. En als je dan om 11 uur ‘s avonds eindelijk eens klaar bent met je krantenwijk en je economie verslag heb je geen zin om ook nog eens te bloggen. Wat ook zal mee hebben ‘geholpen’ is hetgeen waar ik het nu over ga hebben.
Veel mensen hebben last van het bekende winterdipje. Als het al weer diep november is hebben de mensen het alweer gehad met de winter, en worden ze depressief en alles wat daarbij hoort. Ik heb er nooit last van, gelukkig maar, al komt dat misschien ook omdat ik weet wat erna komt. Na de regen komt zonneschijn, en na de winter komt lente. En ik heb altijd bij die overgang last van een zomerdipje.
Ik heb het maar het zomerdipje genoemd, omdat het lentedipje niet serieus klikt, en dat is dit wel. Bloedserieus, want je ziet wat er van komt, ik heb heel lang niet geblogd. Ik zal proberen uit te leggen wat het zomperdipje precies is. Je moet je voorstellen, het begint weer wat warmer te worden, het is al weer bijna rokjesdag, je kan al met je zomerjas naar school en werk, en de elfstedentocht komt er definitief niet meer. Hoe het een paar weken geleden zo’n beetje was dus. In die periode heb ik dus altijd last van een zomerdipje.
Ik zit dan op school, ik ben me een beetje aan het vervelen tijdens een Frans les, en kijk dan uit het raam. Het zonnetje schijnt, de lucht is blauw, je zou er bijna achteraan roepen “teletubbies, kom maar gauw!”. En dan zit je in zo’n klaslokaal, maar eigenlijk wil je dat helemaal niet. Je wilt naar buiten! Je wilt lekker in de tuin zitten, met een glas koude icetea met ijsklontjes en een rietje. Je wilt lekker genieten van het weer, je wilt vrij zijn. Maar dat kan niet, want je zit gewoon te luisteren naar de vervoegingen van het werkwoord faire.
In de winter is dat minder erg, in de winter is het buiten toch koud, en ben je blij dat je in ieder geval binnen zit. En als het al weer een tijdje mooi weer is ben je dat ook alweer gewend, en hoef je ook niet per se naar buiten. Maar nu, in april, de weken voor de meivakantie, is het heel erg. En in plaats van dat je na schooltijd je tijd buiten door brengt, wordt je depressief, en je doet juist helemaal niks meer.
Gelukkig is het alweer bijna winter, en zijn alle mensen weer depressief om me heen, maar zit ik weer lekker warm te wezen in het klaslokaaltje en te luisteren naar je fais, tu fais en il fait.
Vandaag is de dag aangebroken dat alles dan echt voorbij is. Nou moet je alles meteen maar even relativeren, want dat valt in het niet bij de aardbevingen van de afgelopen dagen. Maar vanuit mijn standpunt is echt alles voorbij. De maand is weer voorbij, de week is voorbij, het weekend is voorbij, en nog veel belangrijker: de vakantie is voorbij.
Want ja, ik had deze week eindelijk vakantie. In het begin was ik ziek, maar gelukkig was dat vrijdagmiddag alweer over. En toen begon het Grote Genieten, met twee hoofdletters G. Maar zoals altijd met een vakantie gaat het altijd heel snel voorbij. Voor ik het wist was het woensdag, vrijdag en zelfs alweer zondag, wat betekent dat de vakantie alweer bijna voorbij is.
Eigenlijk vind ik vakanties helemaal niet zo leuk, zeker niet als ze zo snel elkaar opvolgen (7 weken maar, voor sommige scholen zelfs maar 6 weken). Je zit dan net een beetje in het ritme, bent gewend om vroeg op te staan, en alles wordt langzamerhand vanzelfsprekend. Tot die rotvakantie weer komt, die alles moet verpesten. Je bent weer uit het ritme, weet weer hoe het is om vrij te hebben en om uit te slapen. En als je dat net weer een beetje gewend bent, dan kan je weer naar school.
Volgens mij is het zelfs nog erger, en berust het allemaal op een complot. Een complot tegen de leerlingen, want nee, die mogen het natuurlijk niet te niet erg gaan vinden (niet erg betekent hetzelfde als leuk, maar school is onmogelijk leuk te vinden, vandaar niet erg). Let maar op, ooit zal Peter R. een ingelaste uitzending maken, waarin hij het complot bloot legt. Let maar op!
En ach, ik heb niet te zeuren. Want binnen 2 dagen zit ik toch weer in het ritme, en ben ik al lang weer vergeten hoe het was, in die goede oude tijd toen er nog vakantie was.